Buren belangrijker dan je noodpakket? Zo maak je nu afspraken in je straat
In het kort
Water, batterijen, een radio, en dan ben je er? Niet helemaal, vindt Finn Wolfs, reservist bij Defensie. “Een noodpakket is verstandig, maar niet voldoende,” schrijft hij deze week in een lezersbijdrage bij het Eindhovens Dagblad. Wie voorbereid wil zijn, moet volgens hem vooral investeren in contact met de buren. Dat klinkt vriendelijk, maar het is ook een praktische klus. Hieronder staat hoe je dat in je eigen straat aanpakt, zonder dat het meteen een vergadering wordt.
Inhoudsopgave

Waarom buren in een crisis zo’n groot verschil maken
Wolfs staat daarin niet alleen. Jori Kalkman, die aan Wageningen University en de Nederlandse Defensie Academie onderzoek doet naar rampen en crises, stelt in een longread van de WUR dat mensen crises meestal overleven dankzij anderen, niet dankzij hun eigen voorraad. Na de aardbevingen in Turkije redden buren en lokale vrijwilligers de meeste slachtoffers, nog voor internationale teams er waren. Ook wijst hij op iets dat vaak vergeten wordt: een noodpakket van honderd euro is voor mensen met een laag inkomen een grote uitgave.
Daar zit de kern voor een straat. Niet iedereen hoeft alles te hebben, zolang iemand in de buurt weet wie wat heeft. Heb je het zelf krap, dan kun je een noodpakket stap voor stap opbouwen en de rest onderling verdelen. Dat vervangt je eigen voorbereiding niet, maar het maakt hem minder eenzaam en minder duur.
Begin met een vraag, geen plan
Je hoeft geen comité op te richten. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond organiseert wijksessies rond één vraag: wat gebeurt er als de stroom drie dagen uitvalt? Dat is ook voor jouw straat een goede opening, omdat iedereen er meteen iets bij voorstelt. Een aanleiding helpt ook. Een recente storm of storing geeft je een natuurlijk moment om aan te bellen, zeker als je net hebt nagekeken of jouw straat geraakt was.
Spreek af met wie je toch al praat, en laat dat groeien. Twee of drie huishoudens die elkaar kennen, is al een begin. De overheidscampagne Denk vooruit raadt aan afspraken vast te leggen in een noodplan en dat te bespreken met je partner, kinderen, ouders of buren. In ons eerdere stuk over een noodplan met gezin en buren staat wat je vooraf afspreekt. Hier gaat het om hoe je dat op straatniveau aan de gang krijgt.
Drie vragen die je op straat beantwoordt
Wie heeft wat in huis? Denk aan een gasstel, een powerstation, een noodradio, EHBO-kennis of een auto met volle tank. Na orkaan Dorian bleek brandstof de grootste behoefte, schrijft de WUR, en niet eten of water. Vooraf raden is dus lastig, en een lijstje met wat er in de straat is zegt meer dan een lijstje met wat er zou moeten zijn. Bewaar het op papier, want een groepsapp is bij een uitval niet altijd bereikbaar.
Wie heeft hulp nodig? Denk aan iemand die alleen woont, slecht ter been is of afhangt van zorgapparatuur. Ook wie medicijnen koel moet bewaren hoort op je lijstje. Vraag het mensen zelf, en spreek af wie er bij wie langsgaat, ook ’s nachts of als er slecht weer is. Bij een storing bij buren die alleen wonen maakt een vaste naam het verschil tussen “iemand gaat vast even kijken” en iemand die echt komt. Respecteer ook wie het niet wil delen.
Hoe bereik je elkaar zonder telefoon? Denk vooruit noemt afspraken over hoe je elkaar bereikt of ontmoet als vast onderdeel van een noodplan. Reken er niet op dat bellen en appen het blijven doen, want het mobiele netwerk houdt het niet eindeloos vol. Het eenvoudigste antwoord is een plek en een tijd: wie iets nodig heeft, loopt om tien uur naar nummer 12. Een briefje op de deur of een kleurkaart achter het raam kan dienen als teken dat het goed gaat of dat er hulp nodig is. Portofoons kunnen een aanvulling zijn, maar de afspraak moet ook zonder apparaat werken.
Leg het vast op één kant A4
Meer hoeft het niet te zijn: drie of vier adressen, wie wat heeft, wie bij wie gaat kijken, de plek en het tijdstip. Denk vooruit raadt aan het plan te bewaren waar je het ook echt vindt, bijvoorbeeld bij je noodpakket, op de koelkast of in de meterkast, en een kopie aan je noodcontacten te geven. Spreek meteen af wanneer je er nog eens naar kijkt. Het verzetten van de klok is daarvoor een makkelijk ankerpunt, net als een verhuizing in de straat.
Wil je oefenen, dan is onze zelftest van drie dagen zonder stroom een goede maatstaf. Loop hem samen door met de buren en je ziet vanzelf waar jullie elkaar kunnen aanvullen.
Als de straat meer wil
Is er animo voor iets groters, zoals een oefendag of een EHBO-cursus, dan kun je kijken naar de subsidie Samen Weerbaar van het Vfonds. Die ondersteunt plannen van 500 tot 5.000 euro, zoals het in kaart brengen van een buurt of een plan voor stroomuitval. In Renkum oefent een stichting bijvoorbeeld hoe supermarkten en apotheek via noodstroom en portofoons 24 uur open kunnen blijven. Dat is mooi als het lukt, maar het is geen voorwaarde. Eén gesprek bij de voordeur levert al de belangrijkste afspraak op: weten bij wie je aanklopt.