leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Stroom weg in Groningen, Friesland en Twente: hoe kan een storing zo groot zijn

In het kort

Op maandag 5 oktober 2026 viel aan het eind van de middag de stroom uit in een opvallend groot gebied. Het AD noemde de gemeenten Groningen, Westerkwartier, Waadhoeke, Het Hogeland, Noardeast-Fryslân en Twenterand. Volgens de gegevens van netbeheerder Enexis ging het om ruim vijfduizend huishoudens in meer dan een dozijn postcodegebieden. De storing begon rond half zes en stond om 17.49 uur als opgelost gemeld.

Inhoudsopgave
Hoogspanningsstation met transformatoren en masten onder een grijze lucht
Foto: American Public Power Association via Unsplash

Zo’n lijst gemeenten roept een logische vraag op. Hoe kan één storing zoveel plaatsen tegelijk raken, en waarom was hij dan toch zo snel voorbij? Het antwoord zit in de manier waarop het stroomnet is opgebouwd.

Wat er over deze storing bekend is

Veel is het niet. Het AD-bericht is automatisch gemaakt op basis van de storingsdata van Enexis en noemt geen oorzaak. Ook staat er niet bij of het om één storing ging of om meerdere storingen op hetzelfde moment. De gemeenten liggen behoorlijk ver uit elkaar, van het noorden van Groningen en Friesland tot Twenterand in Overijssel, dus dat laatste is niet uit te sluiten. Wil je zelf nalezen wat er in jouw regio speelt, dan houdt Enexis een actueel storingsoverzicht bij, met per storing de getroffen postcodes en de verwachte hersteltijd.

Wat wel vaststaat, is dat het om duizenden huishoudens ging en dat de stroom binnen een half uur terug was. Die combinatie is minder vreemd dan hij lijkt.

Het stroomnet heeft vier lagen

Stroom komt niet over één draad bij je binnen, maar via een soort boomstructuur. Bovenaan staat het extra hoogspanningsnet van TenneT, dat elektriciteit over grote afstanden door het land vervoert. Daaronder ligt het hoogspanningsnet, dat regio’s voedt. Dan volgt het middenspanningsnet, dat wijken, dorpen en bedrijventerreinen bedient. Helemaal onderaan zit het laagspanningsnet, de kabels in je straat met de aansluiting naar je meterkast.

Hoe hoger in die boom een storing optreedt, hoe meer er onder hangt. Dat zie je terug in de cijfers van Netbeheer Nederland over 2024. Een onderbreking in het laagspanningsnet trof dat jaar gemiddeld 22 klanten. In het middenspanningsnet waren dat er 731 en in het hoogspanningsnet bijna zestienduizend.

Netlaag Onderbrekingen in 2024 Getroffen klanten per onderbreking Gemiddelde duur
Hoogspanning 43 15.923 22,1 minuten
Middenspanning 2.458 731 61,6 minuten
Laagspanning 24.837 22 155,3 minuten

Een storing die meerdere duizenden huishoudens in een reeks postcodes raakt, past dus eerder bij een probleem hoger in het net dan bij een kapotte kabel in één straat. Welk deel het maandag was, heeft Enexis in de openbare gegevens niet gemeld.

Waarom grote storingen vaak snel voorbij zijn

De tabel laat iets zien wat tegen je gevoel in gaat. Hoe groter het getroffen gebied, hoe korter de storing gemiddeld duurt. Een onderbreking in het hoogspanningsnet duurde in 2024 gemiddeld 22 minuten, terwijl een storing in het laagspanningsnet meer dan twee en een half uur duurde.

Dat komt door wat netbeheerders redundantie noemen. Hogere netlagen hebben meer omwegen. Valt een verbinding weg, dan kan de stroom vaak via een andere route worden omgeleid, soms automatisch en soms doordat een monteur of de bedrijfsvoering op afstand iets omschakelt. Netbeheer Nederland meldt dat in 2024 elke storing in het laagspanningsnet tot een onderbreking leidde, tegen ongeveer 87 procent in het middenspanningsnet, 32 procent in het hoogspanningsnet en 10 procent in het extra hoogspanningsnet. Hogerop vangt het net een storing dus vaak op voordat je thuis iets merkt.

In je eigen straat bestaat die omweg meestal niet. Ligt de kabel naar jouw huis eruit, dan moet die kabel echt worden opgezocht, opgegraven en gerepareerd. Dat verklaart waarom een kleine storing je soms een middag kost, terwijl een grote storing zoals die van maandag na twintig minuten voorbij is.

Waar storingen vandaan komen

De meeste storingen in het midden- en laagspanningsnet ontstaan volgens hetzelfde rapport door veroudering, slijtage of een inwendig defect, bijvoorbeeld in een kabelverbinding. Graafwerk staat op de tweede plaats. Hoe dat in de praktijk gaat, beschreven we bij de kapotte kabel in Susteren. In het hoogspanningsnet waren externe oorzaken en veroudering in 2024 samen goed voor 74 procent van de storingen. Onder extern vallen volgens Netbeheer Nederland onder meer vandalisme, koperdiefstal, begroeiing en schade door dieren.

Het Nederlandse net is daarbij nog altijd erg betrouwbaar. Een gemiddelde klant zat in 2024 zo’n 24 minuten zonder stroom door onvoorziene storingen, en had gemiddeld eens in de drie jaar een onderbreking. Wel liggen beide cijfers hoger dan het gemiddelde van de vijf jaar ervoor.

Wat je hieraan hebt

Je kunt bij het begin van een storing niet zien hoe lang hij duurt. De omvang zegt er wel iets over. Valt de stroom in een groot deel van je dorp of stad tegelijk uit, dan is de kans redelijk dat hij binnen het uur terug is. Is alleen jouw straat donker, reken dan op langer. Hoe je de verwachte duur zelf opzoekt, lees je in ons stuk over de storing in Weert.

Wij vinden het verstandig om bij elke storing de eerste minuten hetzelfde te doen. Kijk of de buren ook zonder stroom zitten, zodat je weet dat het niet aan je eigen groepenkast ligt. Houd de koelkast en vriezer dicht en gebruik je telefoon zuinig. En als de stroom terugkomt, loop dan even na of alles weer goed opstart, met de checklist voor als de stroom terugkomt.

Duurde een storing bij jou lang, dan heb je mogelijk recht op een vergoeding van de netbeheerder. Wanneer dat zo is, staat in ons overzicht over stroomstoring en schadevergoeding.