Oefening met noodsteunpunten in Amsterdam: wie krijgt voorrang bij uitval
In het kort
Amsterdam oefende op dinsdag 6 oktober met twee noodsteunpunten, de plekken waar je bij een langdurige stroomuitval terechtkunt als bellen en internet niet meer werken. In buurthuis De Boomsspijker in het centrum en Sportcentrum Caland in Nieuw-West speelden buurtbewoners situaties na, van een lege telefoon tot een gebroken been. Daarbij kwam een vraag boven die tot nu toe weinig aandacht kreeg. Als de hulp schaars is, wie wordt er dan eerst geholpen? En wat betekent dat voor jou, als je hulp nodig hebt of juist iets kunt bieden?
Inhoudsopgave

Wat er in Amsterdam werd geoefend
Volgens AT5 oefenden de gemeente en de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland samen met onder meer het Rode Kruis, politie, handhaving en zorgverleners. Het scenario was een stroomstoring van 72 uur. Deelnemers kregen een casus mee en meldden zich daarmee bij het steunpunt. De vragen liepen uiteen van een oplader of eten tot iemand met een bloedende beenwond. Een deelnemer vroeg om hondenvoer.
Projectleider Carline Hansen zei tegen AT5 dat Amsterdam nog onvoldoende voorbereid is op zo’n situatie, en dat oefeningen als deze moeten laten zien wat er nodig is. De volgende oefening staat over ongeveer twee maanden gepland.
Wat een noodsteunpunt in het algemeen is, en hoe je het jouwe vindt, lees je in ons eerdere stuk over het noodsteunpunt bij langdurige stroomuitval. Hier gaat het om wat deze oefening erbij leert.
Wie krijgt voorrang bij een noodsteunpunt
AT5 omschrijft het als een lastig spanningsveld. Een noodsteunpunt is bedoeld voor informatie, een noodmelding en contact met hulpdiensten. Maar als honderden mensen tegelijk binnenlopen, kan niet iedereen tegelijk geholpen worden. Iemand met een ernstige wond en iemand die zijn telefoon wil opladen staan dan in dezelfde rij.
Een vaste volgorde is er nog niet. Juist daarom wordt er nu geoefend. Wel is uit de opzet van zo’n steunpunt af te leiden wat voor gaat. Een noodmelding die levens raakt, zoals een ernstig ongeluk, een brand of iemand die onwel wordt, wordt doorgegeven aan de hulpdiensten. Volgens Het Parool was het Rode Kruis aanwezig om bij medische problemen te helpen. Een oplader, een maaltijd of hondenvoer staat lager op de lijst, en daar moet je in de praktijk ook niet op rekenen.
Twee dingen uit de oefening zijn voor iedereen belangrijk. Het Parool citeert Hansen dat je bij de noodsteunpunten als burger niet zelf kunt bellen. En er ligt geen drinkwater op voorraad. Mensen worden geacht dat zelf in huis te hebben.
Wat dit voor jou betekent als je hulp nodig hebt
Een noodsteunpunt is een vangnet voor als het echt misgaat, niet de plek waar je de basis haalt. Wie de eerste dagen zelf kan overbruggen, maakt ruimte voor de mensen die dat niet kunnen. Dat is in het kort ook de boodschap van de landelijke campagne Denk Vooruit.
- Zorg dat je water, eten en licht voor drie dagen in huis hebt. Hoeveel water dat is, rekenden we uit in ons stuk over drinkwater voor 72 uur.
- Laad je telefoon niet op bij het steunpunt, maar met een volle powerbank thuis.
- Ben je afhankelijk van zorg of zorgapparatuur, of woont er zo iemand bij je, regel dan nu al met je zorgverlener en je buren wat jullie doen. Daar schreven we over in ons stuk over zorgapparatuur thuis bij een stroomstoring.
- Weet waar het steunpunt in je buurt komt, en hoe je er komt zonder auto of lift.
En als je juist hulp kunt bieden
Een noodsteunpunt is volgens Het Parool ook een plek waar inwoners samenkomen om informatie te krijgen of hulp te bieden aan anderen. Dat is de minder bekende kant. Een steunpunt draait niet alleen op ambtenaren en hulpverleners, maar ook op mensen uit de buurt die een handje helpen, een boodschap overbrengen of bij iemand langsgaan.
Wil je dat doen, dan kun je je gemeente vragen of er vrijwilligers worden gezocht voor het steunpunt. Het Rode Kruis heeft daarnaast Ready2Help, een netwerk van burgers die bij een noodsituatie in hun buurt kunnen worden opgeroepen. En dichter bij huis helpt het al als je weet wie in je straat alleen woont of slecht ter been is, zodat je na een paar uur zonder stroom even aanbelt.
Honderd steunpunten of minder grote
Op de achtergrond loopt nog een grotere vraag. Het Rijk gaat voorlopig uit van ongeveer één noodsteunpunt per 10.000 inwoners. Voor Amsterdam zou dat neerkomen op zo’n honderd locaties. Burgemeester Halsema twijfelt of dat realistisch is, schreven zowel AT5 als Het Parool, en denkt dat minder maar grotere locaties in een grote stad beter kunnen werken. Volgens Het Parool worden de resultaten van alle oefeningen in het land teruggekoppeld aan de rijksoverheid, en valt in het eerste kwartaal van 2027 het besluit over de inrichting.
Voor jou maakt dat vooral uit voor de afstand. Een steunpunt om de hoek is in een donkere stad iets anders dan een steunpunt drie kilometer verderop. Hoe het ook uitvalt, de kern blijft dezelfde. Hoe beter je de eerste dagen zelf rondkomt, hoe meer ruimte er bij het steunpunt is voor wie het echt nodig heeft.