leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Kinderen in je noodplan: wat je klaarlegt en hoe je het rustig uitlegt

In het kort

Een noodpakket is snel samengesteld voor volwassenen. Met kinderen in huis wordt het een ander verhaal. Ze hebben andere spullen nodig, ze kunnen zich minder goed zelf redden, en ze vangen meer op van het nieuws dan je denkt. Hoe leg je het klaar zonder dat je kind er wakker van ligt? We zetten op een rij wat je extra regelt en hoe je het gesprek voert, met de adviezen van Denk Vooruit en het Rode Kruis als basis.

Inhoudsopgave
Kinderrugzak met een zaklampje, knuffel en waterfles op de vloer van een kinderkamer
Foto: Jamie O’Sullivan via Unsplash

Wat je extra klaarlegt voor kinderen

De basislijst blijft hetzelfde. Volgens Denk Vooruit reken je op 3 liter water per persoon per dag, en dat geldt voor kinderen net zo goed als voor jou. Het Rode Kruis noemt bij de inhoud van een noodpakket ook spullen die je door je persoonlijke situatie nodig hebt, zoals babyvoeding en medicijnen. Daar komt bij kinderen nog wat bij.

  • Eten dat ze echt eten. Een blik bonen is prima houdbaar, maar een peuter die drie dagen weigert te eten helpt niemand. Leg crackers, rijstwafels, pindakaas, gedroogd fruit of knijpfruit neer waarvan je weet dat het erin gaat. Hoe je drie dagen zonder kookplaat rondkrijgt, lees je in ons stuk over eten in je noodpakket.
  • Baby- en peuterspullen. Flesvoeding die je zonder koken kunt klaarmaken, een extra pak luiers, billendoekjes en een paar schone flessen of bekers.
  • Medicijnen en zorgspullen. Gebruikt je kind vaste medicatie, zorg dan voor een paar dagen extra en een kopie van het medicatieoverzicht. Hoe je dat bewaart, staat in ons stuk over medicijnen in je noodvoorraad.
  • Een eigen lampje. Een klein zaklampje of hoofdlampje dat van je kind zelf is, scheelt veel angst in een donker huis. Kaarsen zijn met jonge kinderen in de buurt juist geen goed idee.
  • Iets vertrouwds. Een reserveknuffel, een kaartspel, een boek, kleurpotloden en een blok papier. Bij een storing van een paar dagen is verveling een groter probleem dan je denkt.
  • Warme kleren. Een extra trui en sokken per kind, want zonder verwarming koelt een huis in de winter snel af.
  • Papieren. Een kopie van het identiteitsbewijs van je kinderen, als ze er een hebben, bij de andere belangrijke papieren in je noodpakket.

Je hoeft daar niets bijzonders voor te kopen. Het meeste ligt al in huis of haal je bij de supermarkt en de drogist. Het gaat erom dat het op één plek ligt en dat je het af en toe vervangt, want kinderen groeien uit kleren en luiermaten.

De afspraken die met kinderen anders zijn

Een noodplan gaat over wie wat doet als je elkaar niet kunt bellen. Denk Vooruit noemt in zijn noodplan letterlijk de vraag wie de kinderen ophaalt van school als je op je werk zit en je telefoon het niet doet. Dat is precies het moment waarop het misgaat als niemand het weet.

  • Spreek af wie de kinderen ophaalt van school, opvang of sport, en wie de reserve is als die persoon niet kan.
  • Vraag op school of bij de opvang wat zij doen bij een grote storing en hoe lang ze kinderen opvangen.
  • Kies een verzamelplek. Het persoonlijk noodplan van het Rode Kruis raadt aan er twee te kiezen, één dicht bij huis en één buiten de wijk.
  • Geef oudere kinderen een kaartje mee in hun tas met de belangrijkste telefoonnummers en het adres van de verzamelplek. Een telefoon die leeg is, onthoudt niets.

Hoe je die afspraken ook met je buren maakt, lees je in ons stuk over een noodplan met je gezin en buren.

Hoe je het rustig uitlegt

Kinderen merken het als volwassenen zich zorgen maken. Op de pagina over voorbereiding voor tieners schrijft Denk Vooruit dat kinderen tussen de 10 en 15 jaar zich steeds meer zorgen maken over wat er in de wereld gebeurt. Zwijgen helpt dan niet, maar een groot verhaal over oorlog of cyberaanvallen ook niet. Een paar dingen die volgens ons werken.

Begin bij iets wat ze kennen. Bijna elk kind heeft weleens meegemaakt dat de stroom even uitviel, of dat het internet thuis niet werkte. Daar kun je op voortbouwen. Het noodpakket is dan gewoon de doos voor als dat een keer langer duurt.

Maak het praktisch, niet spannend. Vertel wat er in huis klaarligt en wat jullie dan doen, in plaats van wat er allemaal mis kan gaan. Denk Vooruit schrijft op de pagina praat erover dat praten helpt om je rustiger te voelen. Dat geldt voor kinderen net zo goed.

Laat ze meedoen. Laat een kind zelf de knuffel en het spelletje kiezen dat in de doos gaat, of de zaklamp testen. Wat je zelf hebt ingepakt, voelt als iets van jou en niet als een dreiging.

Oefen het een keer. Doe een avond met het licht uit, eet iets uit de voorraad en speel een spel bij het lampje. Voor jonge kinderen is dat vooral gezellig, en jij ontdekt meteen wat je mist.

Pas het aan op de leeftijd. Een kleuter hoeft alleen te weten dat er een doos met lampjes en koekjes is. Een kind van twaalf kan prima meedenken over de verzamelplek en de telefoonnummers op het kaartje.

Het Jeugdjournaal liet zien hoe kinderen in Nijverdal les kregen over wat ze moeten doen als de stroom uitvalt. In deze video zie je kinderen oefenen met een noodsituatie, en dat kan een goed begin van het gesprek thuis zijn.

Een noodpakket met kinderen is vooral een kwestie van een paar extra dingen klaarleggen en het samen bespreken. Hoe meer het voelt als iets gewoons in huis, net als de EHBO-doos, hoe minder spannend het voor ze is. En dan merk je vaak dat kinderen het helemaal niet eng vinden, zolang ze weten wat er gebeurt en wie er voor ze zorgt.