leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Stroomstoring in Almere: kaarsen of ledlampjes, zo verlicht je veilig je huis

In het kort

Donderdagochtend 8 oktober viel in een stukje Almere de stroom uit. Volgens De Stentor, die de gegevens van netbeheerder Liander volgt, begon de storing rond half negen en ging het om hooguit honderd huishoudens aan de Elburgkade en de Harderwijkoever. Inmiddels is de storing opgelost. Klein en kort dus, en op een moment dat het al licht was. Maar het is oktober, en de avonden worden snel langer. Valt de stroom straks om zes uur ’s avonds uit, dan is de eerste handeling in bijna elk huis dezelfde. Iemand zoekt een kaars.

Inhoudsopgave
Ledlantaarn en een kaars in een glas op een houten tafel in een donkere kamer
Foto: Evgeni Tcherkasski via Unsplash

Dat is begrijpelijk. Kaarsen liggen overal, ze zijn sfeervol en ze geven direct licht. Toch zijn ze bij stroomuitval niet de beste keuze. Hieronder zetten we kaarsen, waxinelichtjes en ledverlichting naast elkaar, met wat de brandweer erover zegt.

Waarom kaarsen bij stroomuitval extra risico geven

Een kaars op tafel tijdens een gezellig etentje is iets anders dan een kaars tijdens een storing. Bij een storing loop je in het donker heen en weer, zet je een kaars neer waar het toevallig uitkomt en neem je hem mee naar de keuken of de trap. Dat zijn precies de momenten waarop het misgaat. Een kaars die omvalt, een gordijn dat ertegen waait, of een kaars die je vergeet als je even naar boven gaat.

De brandweer is daar duidelijk over. In het advies veilig en warm de winter door staat dat je bij voorkeur ledkaarsen gebruikt. Brand je toch een echte kaars, zet hem dan in een geschikte standaard of een glas, op een ondergrond die niet makkelijk vlam vat, en zorg dat hij niet kan omvallen. Kaarsen horen buiten bereik van kinderen en huisdieren en uit de buurt van gordijnen. En je laat ze alleen branden als er iemand in de kamer is die wakker is.

Er speelt nog iets anders. Volgens de brandweer is het inademen van de rook van kaarsvet ongezond, met roetdeeltjes die vergelijkbaar zijn met die in sigarettenrook. Bij een uurtje sfeer is dat te overzien. Bij een storing van een hele avond, met tien kaarsen in een kleine kamer en de ramen dicht tegen de kou, wordt het een ander verhaal. Ventileren helpt, maar dan koelt je huis sneller af. Die afweging maak je liever niet in het donker.

Kaarsen, waxinelichtjes en ledlampjes naast elkaar

Kaarsen Waxinelichtjes Ledlampjes en ledkaarsen
Licht Zacht, flakkerend, beperkt bereik Zwak, vooral sfeer Helder en stabiel, bij lantaarns genoeg voor een kamer
Brandrisico Open vuur, valt om of vat vlam Open vuur, klein maar laag bij de grond Geen open vuur
Lucht in huis Roet en rook, ventileren nodig Roet en rook, ventileren nodig Geen uitstoot
Meenemen door het huis Lastig en riskant Niet geschikt Makkelijk, ook op de trap
Houdbaarheid Jarenlang Jarenlang Batterijen controleren of opladen
Voor kinderen en huisdieren Alleen onder toezicht Alleen onder toezicht Prima

De tabel laat het al zien. Ledverlichting wint op bijna alles, behalve op één punt. Een kaars werkt altijd, ook als je batterijen leeg zijn of de oplaadbare lamp al maanden in een la ligt. Dat is precies waarom kaarsen en lucifers nog op de lijst van Denk Vooruit staan, naast een zaklamp met extra batterijen.

Waxinelichtjes zijn geen verwarming

Een apart woord over waxinelichtjes. Op internet circuleert al jaren het idee dat je met een paar waxinelichtjes onder een omgekeerde bloempot een kamer warm stookt. Dat werkt niet. De brandweer schrijft dat de warmteopbrengst van kaarsen en waxinelichtjes vele malen lager is dan die van een cv-ketel op gas. Je krijgt vooral roet in huis, en een hete pot vlak bij brandbaar spul. Hoe je wel warm blijft als de verwarming uitvalt, lees je in ons stuk over warm blijven zonder stroom.

Wat je het beste in huis hebt

Onze voorkeur is helder. Maak ledverlichting je eerste keus en houd kaarsen achter de hand als reserve. Met deze spullen kom je een avond, en ook een hele nacht, goed door.

  • Een ledlantaarn die een hele kamer verlicht. Zet hem midden op tafel, dan hoef je niets anders aan te steken.
  • Per persoon een zaklamp of hoofdlamp, zodat iedereen zelf naar de wc of de keuken kan. Welke typen er zijn en wat de verschillen zijn, zetten we op een rij in ons stuk over zaklamp of hoofdlamp in je noodpakket.
  • Een paar ledkaarsen voor de sfeer. Ze geven minder licht dan een lantaarn, maar je kunt ze zonder zorgen laten staan als je even de kamer uit loopt.
  • Reservebatterijen in de juiste maat, bij de lampen bewaard.
  • Als reserve een doos stompkaarsen, een paar stevige houders of glazen en lucifers of een aansteker. Leg ze bij elkaar, zodat je ze in het donker niet hoeft te zoeken.

Ledlantaarns, zaklampen en ledkaarsen vind je bij elke bouwmarkt en bij winkels als Action, Hema en Blokker, en bij buitensportwinkels voor stevigere lantaarns. Kies bij voorkeur lampen die op dezelfde batterijen werken, dan heb je maar één soort reserve nodig.

Leg je verlichting op een vaste plek waar je hem op de tast kunt vinden, bijvoorbeeld in de gang of een la in de keuken. Twee keer per jaar even aanzetten en de batterijen controleren is genoeg. En denk aan de trap. Juist daar valt het meest mis als het donker is, zoals we eerder schreven over vallen voorkomen bij stroomuitval. Een plaklampje met bewegingsmelder op batterijen bij de trap is een kleine aankoop die veel scheelt.

De bewoners aan de Elburgkade hadden het licht van de ochtend mee. Voor de volgende storing, die net zo goed op een donkere novemberavond kan vallen, ligt de lantaarn het liefst al klaar.