leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Slechts 15 procent in Rotterdam-Rijnmond heeft een compleet noodpakket

In het kort

Van de inwoners van Rotterdam-Rijnmond heeft 15 procent een compleet noodpakket in huis. Dat blijkt uit een flitspeiling van Ipsos I&O voor de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, schreef De Havenloods op 4 november 2026. Tegelijk zegt 53 procent wel een pakket te hebben of ermee bezig te zijn. Het gat tussen die twee getallen is het interessante deel van dit onderzoek, want veel mensen zijn wel begonnen maar nog niet klaargekomen.

Inhoudsopgave
Half ingepakte rugzak met water, zaklamp en batterijradio op tafel
Foto: Mat Napo via Unsplash

Wat de peiling wel en niet zegt

De cijfers gaan over de hele regio, dus niet alleen over de stad Rotterdam. Het aantal ondervraagden en de precieze meetperiode staan niet in de berichten, dus lees ze als richting. Het Albrandswaards Dagblad geeft de meeste cijfers.

  • 66 procent heeft minstens één maatregel genomen voor een noodsituatie.
  • 53 procent heeft een gedeeltelijk of volledig pakket, of is ermee bezig.
  • 23 procent heeft afspraken gemaakt met huisgenoten, familie of buren.
  • 15 procent heeft een compleet pakket.
  • 12 procent weet wat een noodsteunpunt is.

Ook opvallend is de beweging sinds juni. Het aandeel dat er met anderen over praat, daalde van 45 naar 39 procent. Onder mensen die nog niets hebben geregeld, steeg het aandeel dat zeker weet dat ze gaan beginnen van 10 naar 14 procent. Er wordt dus minder over gepraat en iets vaker voorgenomen.

Landelijk meet het Rode Kruis iets anders. Daar zegt 46 procent een noodpakket te hebben en 9 procent een plan. Dat is een andere vraag aan een andere groep, dus Rijnmond scoort daarmee niet per se slechter. Waarschijnlijk maakt vooral het woord compleet het verschil.

Wat er ontbreekt, en wat je daaruit kunt afleiden

Welke spullen het vaakst missen, staat niet in de berichten over de peiling. Leg je de lijst van Denk Vooruit naast een doorsnee huishouden, dan valt wel iets op. Dit is onze eigen lezing en geen meetresultaat. Veel ligt al ergens in huis, zoals een zaklamp, dekens, toiletpapier, tandpasta, een hamer en een tang. Directeur Arjen Littooij van de veiligheidsregio zegt het ook: „Daarvoor hoef je geen groot pakket te kopen.”

Wat een pakket onvolledig houdt, zijn de dingen die je niet per ongeluk in huis hebt en waarvoor je een keer bewust iets moet doen.

  • Water. De richtlijn is 3 liter per persoon per dag. Voor 72 uur is dat 9 liter per persoon, dus 36 liter voor een gezin van vier. Die flessen koop je niet zomaar, en ze moeten ook ergens staan. Zo reken je het uit voor jouw huis.
  • Een radio op batterijen. Die heb je niet vanzelf in huis als je alles via je telefoon volgt. Radio Rijnmond zit op FM 93,4 MHz en DAB-kanaal 5B.
  • Contant geld. Wie alles pint, heeft het niet vanzelf in huis, en pinnen kan bij langdurige uitval niet.
  • Papieren. Kopieën van identiteitsbewijzen en een lijst met telefoonnummers op papier. Dit bewaar je.
  • Reservesleutels en een fluitje. Klein, goedkoop en precies wat je vergeet.

Wat je dit weekend nog regelt

Je krijgt je pakket niet in één keer perfect, en dat hoeft ook niet. Dit is een volgorde die in een gewoon weekend past, met het grootste verschil vooraan.

Zaterdagochtend, een kwartier. Leg alles wat je al hebt bij elkaar in één waterdichte tas of rugzak, op een plek waar je er makkelijk bij kunt. Zo adviseert Denk Vooruit het ook. Vink daarna af met onze checklist. De kans is groot dat de lijst met wat ontbreekt korter is dan je dacht.

Zaterdagmiddag, bij de gewone boodschappen. Neem water, wat houdbaar eten dat je zonder kookplaat kunt eten, en batterijen mee. Bij een krap budget kun je dit over meerdere weken spreiden. Haal meteen wat contant geld, nu pinnen nog gewoon kan.

Zondag aan tafel, tien minuten. Dit is het deel dat de meeste winst geeft, want maar 23 procent heeft hier iets over afgesproken. Spreek af waar je naartoe gaat als thuis niet kan, hoe je elkaar vindt als telefoon en internet wegvallen, en wie het pakket bijhoudt. Denk Vooruit heeft daarvoor een noodplan, en wij schreven op wat je met gezin en buren afspreekt. Stap daarna even bij de buren langs. Dat is ook precies de stap waar de peiling de daling ziet.

Het noodsteunpunt dat bijna niemand kent

Slechts 12 procent weet wat een noodsteunpunt is, terwijl 29 procent er meer over wil weten en onder 65-plussers zelfs 41 procent. Gemeenten en veiligheidsregio’s oefenen er in 2026 mee, en de bedoeling is een netwerk in 2027. Dat betekent dat je er nu nog niet op kunt rekenen dat er eentje bij jou om de hoek klaarstaat. Wat zo’n plek is en wat je er vindt kun je alvast lezen. Vraag je gemeente gerust waar het in jouw wijk komt, zeker als je ouders of oudere buren hebt die er straks op aangewezen zijn.

Wil je actuele meldingen in de regio ontvangen, dan noemt de veiligheidsregio de website en app van Rijnmondveilig, die gekoppeld zijn aan NL-Alert. Dat is handig zolang je netwerk werkt. Daarom hoort de radio er ook bij. In de peiling wil 55 procent meer informatie van de overheid, en die informatie staat er grotendeels al. De stap die daarna overblijft, is de tas inpakken.