leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Stroom terug in Dedemsvaart: wat je na een storing in je noodpakket aanvult

In het kort

Aan de Reestweg in Dedemsvaart en in Linde ging donderdagmiddag 8 oktober het licht uit. Volgens de Stentor, dat zich baseert op gegevens van Enexis, begon de storing rond kwart over vier en trof die maximaal honderd huishoudens. Om 17.46 uur meldde de netbeheerder dat alles weer werkte. Ruim anderhalf uur dus, kort genoeg om het een avond later alweer vergeten te zijn.

Inhoudsopgave
Zaklamp, batterijen, kaarsen en een powerbank op een keukentafel
Foto: Lon Christensen via Unsplash

En precies dat is het moment waarop een noodpakket ongemerkt leegloopt. Je pakte de zaklamp, de batterijen gingen erin, iemand stak een kaars aan, de powerbank ging aan de telefoon. Daarna gaat het licht weer aan en ligt alles half op tafel, half terug in de kast. Bij de volgende storing blijkt de powerbank leeg en ligt het pakje batterijen nog in de la van de keuken. Daarom dit stuk over het uur ná de storing.

Waarom aanvullen iets anders is dan controleren

Een noodpakket controleer je op een vast moment, bijvoorbeeld ieder halfjaar. Hoe je dat doet, staat in ons stuk over je noodpakket controleren. En wat je in huis nakijkt zodra de stroom terug is (vriezer, apparaten, groepenkast), lees je in de checklist na de storing in Nijverdal.

Aanvullen is iets anders. Het is geen jaarlijkse ronde maar een kleine klus die je doet zolang je nog weet wat je hebt gebruikt. Dat is meestal dezelfde avond of de ochtend erna. Wacht je een week, dan weet niemand meer of die kaarsen al half op waren of dat de zaklamp al eerder zwak brandde.

Wat je na een korte storing waarschijnlijk hebt gebruikt

Loop het lijstje hieronder langs. Bij een storing van anderhalf uur raak je meestal niet alles aan, maar juist de spullen die je wél pakte zijn de spullen die je de volgende keer als eerste nodig hebt.

  • Batterijen. Haal de batterijen uit de zaklamp of noodradio die je hebt gebruikt en kijk of ze nog vol genoeg zijn. Twijfel je, vervang ze. Losse reservebatterijen die je hebt aangebroken, vul je aan tot het aantal dat je had. Welke soort het beste in een noodpakket past en hoe lang ze goed blijven, lees je in ons stuk over batterijen voor je noodpakket.
  • Powerbank. Een powerbank die je hebt gebruikt, laad je dezelfde dag weer helemaal op. Leg hem daarna terug op zijn vaste plek, niet bij de oplader in de woonkamer. Wat goed bewaren betekent, staat in powerbank opladen en bewaren.
  • Kaarsen en lucifers. Kaarsen die tot een stompje zijn opgebrand, vervang je. Tel ook de lucifers of kijk of de aansteker nog werkt.
  • Water. Heb je uit je voorraad gedronken of er een pan mee gevuld, vul de flessen dan weer met kraanwater en zet de datum erop.
  • Eten. Bij een korte storing eet je meestal gewoon wat er in de koelkast ligt, maar heb je toch iets uit de noodvoorraad gepakt, koop het dan bij de volgende boodschappen terug.
  • Telefoon en tablet. Laad alles op wat tijdens de storing leeg is geraakt, ook de oude telefoon die je misschien als reserve bewaart.

Er is een eenvoudige truc die veel uitzoekwerk scheelt. Leg na gebruik alles wat je uit het pakket hebt gepakt op één plek, bijvoorbeeld in een boodschappentas bij de voordeur. Wat in die tas zit, moet worden bijgevuld of opgeladen. Pas als de tas leeg is, is het pakket weer compleet.

Wat je nodig hebt om aan te vullen

Je hoeft hier niet voor naar een speciale winkel. Batterijen, kaarsen, lucifers en waterflessen liggen bij elke supermarkt, drogist en bouwmarkt. Hieronder een lijstje voor de boodschappen.

  • batterijen in de maten die je zaklamp en noodradio gebruiken (meestal AA of AAA)
  • waxinelichtjes of lange kaarsen, en een doosje lucifers
  • schone flessen met een goede dop, voor kraanwater
  • een stift om de datum op flessen en batterijpakjes te zetten
  • het eten dat je uit de voorraad hebt gebruikt

Je plan bijstellen terwijl het nog vers is

Een korte storing is eigenlijk een gratis oefening. Je hebt gezien wat werkte en wat niet, zonder dat er veel op het spel stond. Neem daarom na het aanvullen vijf minuten om met je huisgenoten een paar vragen door te lopen.

  1. Vonden we de zaklamp meteen? Moest iemand met de telefoonlamp door de gang zoeken, leg dan een lamp op een vaste plek waar je in het donker bij kunt, bijvoorbeeld bij de meterkast of naast het bed.
  2. Wisten we wat er aan de hand was? Wie keek waar? Spreek af wie de storingskaart of de noodradio in de gaten houdt.
  3. Wat viel er uit wat we niet hadden verwacht? Denk aan de deurbel, het modem of een elektrische garagedeur. Schrijf het op, dan weet je de volgende keer waar je rekening mee houdt.
  4. Was iedereen bereikbaar? Was er een huisgenoot onderweg of een oudere buurvrouw alleen thuis, kijk dan of de afspraken uit je noodplan met gezin en buren nog kloppen.

Wij vinden die laatste vraag misschien wel de belangrijkste. Een noodpakket vul je in een kwartier aan, maar het moment waarop je samen nog weet hoe het ging, is snel voorbij. Schrijf de antwoorden op een briefje en leg dat in het noodpakket. Dan heb je bij de volgende storing niet alleen volle batterijen, maar ook een plan dat past bij hoe het in jouw huis echt loopt.

Een kleine storing, een kleine klus

De storing in Dedemsvaart en Linde was klein en snel voorbij. Juist daarom loont het om na zo’n korte onderbreking het pakket meteen weer op orde te brengen. Een volle powerbank en een paar verse batterijen klinken als kleinigheden, maar het zijn precies de dingen die bij een langere storing het verschil maken tussen rustig afwachten en in het donker zoeken.