leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Grote groep heeft nog geen noodpakket: begin met deze vijf dingen

In het kort

Ruim de helft van de Nederlanders is niet goed voorbereid op een noodsituatie. Volgens cijfers van de NCTV die EenVandaag op 13 oktober besprak, onderneemt maar vier op de tien mensen iets om 72 uur zonder stroom, water en internet te kunnen overbruggen. Psycholoog Paul van Lange van de Vrije Universiteit Amsterdam legt in het artikel van EenVandaag uit waarom. Nederland heeft weinig ervaring met grote noodsituaties, dus komen mensen minder snel in actie. Zijn advies aan de overheid past ook op jezelf. Hoe concreter, hoe beter.

Inhoudsopgave
Waterflessen, een radio en een zaklamp op een plank
Foto: Frederick Shaw via Unsplash

Dat is ook waar het bij een noodpakket vaak op vastloopt. De lijst van Denk Vooruit is lang, en een lange lijst schuif je makkelijk voor je uit. Daarom beginnen we hier niet bij de hele lijst maar bij één vraag. Wat kun je niet meer regelen als het eenmaal zover is?

Vijf dingen die je niet kunt improviseren

  1. Drinkwater. Valt de stroom lang uit, dan kan ook de waterdruk wegvallen, zeker hoger in een flat. Denk Vooruit rekent met drie liter per persoon per dag. Dat zijn negen liter per persoon voor drie dagen, en Van Lange noemt die hoeveelheid zelf als drempel omdat het ruimte kost. Een oplossing is om het te verdelen. Een paar flessen onder het bed, een paar in de berging, en een pak bij je gewone frisdrank in de kast. Meer daarover in drinkwater voor 72 uur.
  2. Een radio op batterijen. Als stroom en mobiel internet tegelijk wegvallen, is de radio de enige manier om te horen wat er aan de hand is en hoe lang het duurt. Je telefoon is dan vooral een zaklamp met een batterij die leegloopt. Welke stroombron het langst meegaat, lees je bij de noodradio op batterijen, slinger of zonnepaneel.
  3. Een zaklamp of hoofdlamp met reservebatterijen. Kaarsen zijn handig, maar in een donker huis met kinderen of huisdieren ook een brandrisico. Een hoofdlamp laat je handen vrij voor koken of de meterkast.
  4. Contant geld. Zonder stroom werken pinautomaten en betaalterminals niet. Denk Vooruit noemt contant geld in kleine biljetten. Hoeveel je thuis legt, staat in ons stuk over contant geld in je noodpakket.
  5. Je eigen medicijnen. Dit is het enige punt waar je geen winkel voor hebt die je kunt omzeilen. Zorg dat je een paar dagen extra in huis hebt van wat je dagelijks nodig hebt, en weet hoe je het bewaart als de koelkast uitvalt.

Waarom eten en een brander niet bovenaan staan

Opvallend misschien, maar eten zit niet in deze vijf. Bijna iedereen heeft voor drie dagen iets in de kast liggen, ook als het geen ideale noodvoorraad is. Pasta, crackers, een pot pindakaas en een blik soep brengen je de eerste dagen door, ook zonder kookplaat. Water, licht, informatie, geld en medicijnen zijn juist de dingen die je in een gewone week nooit op voorraad hebt, omdat ze altijd uit de kraan, het stopcontact of de automaat komen.

Wij denken dat dit ook verklaart waarom zo veel mensen afwachten. Een noodpakket voelt als een grote aankoop, terwijl het begin vooral bestaat uit dingen die je bij de bouwmarkt of de supermarkt in één keer meeneemt. Een radio, een lamp, batterijen en water liggen er allemaal.

Van Lange wijst in hetzelfde stuk ook op iets wat de overheid zelf in de hand heeft. Het paarse Denk Vooruit-boekje maakt volgens hem niet voor iedereen duidelijk wat er nu precies van je wordt verwacht, en hij oppert om voorraden gezamenlijk op te slaan, bijvoorbeeld bij sportclubs. Tot zoiets er is, ligt de eerste stap bij jezelf. Het goede nieuws is dat die stap kleiner is dan het boekje doet vermoeden.

En daarna

Heb je deze vijf, dan heb je het deel dat je in een noodsituatie het hardst mist. De rest van de lijst van Denk Vooruit vul je daarna aan wanneer het uitkomt, zoals een EHBO-doos, dekens, een fluitje en kopieën van je papieren. Twijfel je of je het allemaal zelf wilt verzamelen, dan zetten we de opties naast elkaar in noodpakket kopen of zelf samenstellen.

Van Lange verwacht dat veel mensen pas in beweging komen als de schappen leeg beginnen te raken. Deze week zagen we bij een grote supermarktketen al hoe snel dat kan gaan. Wie vandaag die vijf dingen neerlegt, hoeft dan niet mee te rennen.