Ameland vraagt bewoners of ze voorbereid zijn: wat een eiland anders regelt
In het kort
Hoe goed ben je voorbereid als er onverwacht iets misgaat? Die vraag stelde Persbureau Ameland op 4 oktober aan de eilanders, naar aanleiding van onderzoek van Veiligheidsregio Fryslân en onderzoeksbureau Enneüs onder inwoners van de provincie. De uitkomst is herkenbaar voor heel Nederland. De bereidheid is er wel, maar de praktische voorbereiding blijft achter. Op een eiland weegt dat zwaarder dan op het vasteland, en dat is de moeite waard om uit te pluizen.
Inhoudsopgave

Wat het Friese onderzoek laat zien
Volgens het onderzoek denken Friezen bij een noodsituatie vooral aan brand, gevolgd door overstromingen, oorlog, stroomuitval en storm. Stroomuitval is voor veel mensen geen abstract risico. Van de ondervraagden heeft 59 procent weleens een grote stroomuitval meegemaakt.
Toch heeft maar 35 procent een noodpakket dat bij de eigen situatie past. En slechts 7 procent heeft vooraf afspraken gemaakt met mensen in de omgeving, voor het geval er iets gebeurt. Opvallend is dat 80 procent vindt dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor een goede voorbereiding, terwijl ongeveer de helft weet wat te doen tijdens een noodsituatie.
Die kloof tussen weten dat het moet en het daadwerkelijk regelen zie je overal. Het verschil is dat je op het vasteland bij een storing nog naar een supermarkt in het volgende dorp kunt rijden, of naar familie in de stad. Op een eiland zit je met wat er is.
Waarom je op een eiland langer zelfredzaam moet zijn
Op Ameland komt veel van wat niet op het eiland zelf gemaakt wordt via de veerboot. Valt er iets uit waarvoor hulp of onderdelen van de wal nodig zijn, dan kan het herstel daardoor langer duren. Een monteur, een onderdeel of een extra aggregaat kan niet zomaar even de dijk over. Bij storm, het weer waarbij storingen juist vaker voorkomen, kan ook de overtocht zelf lastiger worden.
Hetzelfde geldt voor de boodschappen. Als winkels tijdens een lange storing niet kunnen afrekenen of niet bevoorraad worden, kun je niet uitwijken. Dat maakt de oude vuistregel van drie dagen voorraad op een eiland aan de krappe kant. Onderzoekers adviseerden eerder al dat drie dagen voorraad eigenlijk te weinig is, en voor wie op een eiland of afgelegen plek woont, telt dat argument dubbel.
Wat bij een eiland ook meespeelt, is dat de hulpdiensten met minder mensen een heel gebied bestrijken. De gemeente Ameland heeft daar een eigen oplossing voor. Valt de stroom uit en werken telefoons niet meer, dan stelt de brandweer zich op vaste punten in de dorpen op, in Hollum, Ballum, Nes en Buren. Vanaf daar kunnen ze via de portofoon de meldkamer bereiken. Dat staat op de pagina van de gemeente Ameland, die ook vraagt extra om elkaar te denken en gasten van vakantieverblijven op de hoogte te brengen.
De meterkastkaart van Ameland
In maart 2026 kregen alle inwoners van Ameland een meterkastkaart. Daarop staat wat je doet bij uitval van elektriciteit, internet en telefonie, aardgas of drinkwater. Anders dan het landelijke boekje van de Denk Vooruit-campagne staat er specifieke informatie voor het eiland op, zoals de plekken waar hulpverleners zich verzamelen bij een langdurige storing en de telefoonnummers van de huisartspraktijken.
Het idee erachter is goed. Als de stroom weg is, kun je niets meer opzoeken. Wat je dan moet weten, moet op papier op een vaste plek liggen. Woon je niet op Ameland, kijk dan of je eigen gemeente zo’n kaart heeft uitgebracht. Steeds meer gemeenten en veiligheidsregio’s doen dat. Wat een gemeente bij langdurige stroomuitval regelt, verschilt per plek.
Wat je op een eiland of afgelegen plek extra in huis haalt
De basis is hetzelfde als overal. Een noodpakket met water, houdbaar eten, een radio op batterijen of slinger, een zaklamp, een EHBO-set en contant geld. Wie verder van voorzieningen af woont, zet daar een paar dingen bij of maakt de voorraad groter.
- Meer water. Het advies is drie liter per persoon per dag. Reken op een eiland liever op een week dan op drie dagen, zeker als je een gezin hebt.
- Een grotere voorraad van je medicijnen. De apotheek op het eiland kan bij een storing ook niet altijd leveren, en een recept laten aanvullen van de wal kost tijd.
- Brandstof om te koken. Een kookstel met gas of een spiritusbrander, met brandstof voor meerdere dagen.
- Een manier om warm te blijven. Extra dekens, slaapzakken en warme kleding, want een storing in de winter met harde wind voel je in huis.
- Een radio die je zonder stroom kunt gebruiken. Daarmee hoor je via de regionale omroep wat er aan de hand is, ook als internet en telefoon wegvallen.
- Papieren lijst met telefoonnummers en adressen, inclusief die van de huisarts en van de buren.
Bij een voorraad voor langer geldt wel dat je hem moet bijhouden. Een goede gewoonte is water en eten met een houdbaarheidsdatum eens per half jaar te wisselen, dan heb je ook direct een reden om het pakket te controleren.
Afspraken met de buren tellen het zwaarst
Het cijfer dat het meest blijft hangen uit het Friese onderzoek is die 7 procent. Bijna niemand heeft vooraf afgesproken wie bij wie gaat kijken als er iets gebeurt. Op een eiland, waar de straat vaak dichter bij elkaar staat dan in de stad, is dat juist de makkelijkste winst. Spreek af wie er naar de oudere buurvrouw gaat, wie een aggregaat of een powerstation heeft en waar je samenkomt als het lang duurt.
Dat hoeft geen formeel plan te zijn. Een gesprek bij de voordeur of op een verjaardag is genoeg. In ons artikel over een noodplan voor je gezin en je buurt staat hoe je dat aanpakt zonder dat het zwaar voelt.
Ameland laat zien dat een gemeente veel kan voorbereiden, van een kaart in de meterkast tot vaste punten waar de brandweer staat. Maar de eerste uren, en op een eiland misschien de eerste dagen, ben je vooral op jezelf en je buren aangewezen. Wie dat nu regelt, hoeft er straks niet over na te denken.