Landbouw als nationaal noodpakket: hoeveel eten Nederland in crisis zelf heeft
In het kort
Een kalverhouder uit Overdinkel schreef op 21 oktober in vakblad De Kalverhouder een column met een prikkelende stelling. De landbouw is volgens hem een belangrijk onderdeel van ons nationale noodpakket. Aanleiding was een rondleiding voor de buurtvereniging op zijn bedrijf, waar het gesprek op het noodpakket kwam dat de overheid adviseert. Een buurtbewoner vond dat hij er geen nodig had, omdat eten en energie in Overdinkel toch van de familie Luijerink komen.
Inhoudsopgave

Daar werd om gelachen, schrijft hij, maar hij bedoelt het serieus. Hoe logisch is het om burgers te vragen eten in huis te halen, terwijl Nederland zijn eigen voedselproductie volgens hem steeds verder beperkt? Zijn bedrijf maakt naast kalfsvlees ook groene stroom met zonnepanelen en groen gas uit mest. Het is een opiniestuk met een duidelijke boodschap aan de politiek. Wij kijken naar een andere vraag die erin verstopt zit. Hoeveel eten heeft Nederland in een crisis eigenlijk zelf, en wat betekent dat voor jouw keukenkast?
Veel productie, weinig voorraad
Nederland produceert veel voedsel, maar het systeem houdt weinig achter de hand. Dat zijn twee verschillende dingen. De Rijksoverheid beschreef het in juli 2026, toen staatssecretaris Erkens de hoofdlijnen van een strategische agenda voor voedselzekerheid presenteerde. Het Nederlandse voedselsysteem is volgens het ministerie ontzettend efficiënt, met productie, verwerking, opslag, transport en distributie die nauw samenwerken zodat er elke dag eten is. De keerzijde staat er direct achter. Valt een van die schakels uit, dan kan dat effect hebben op de beschikbaarheid van voedsel.
Hoe weinig er in de keten ligt, bleek uit het rapport van onderzoekers van het Clingendael Instituut en de Erasmus Universiteit, dat in september naar de Tweede Kamer ging. In winkels en distributiecentra ligt ongeveer zes dagen voorraad, en bij een cyberaanval op de logistiek kunnen de schappen binnen twee à drie dagen leeg zijn. Daarom adviseren zij huishoudens eten voor acht dagen in huis te hebben, schreven we in het stuk over een noodvoorraad voor acht dagen.
De boer in Overdinkel heeft gelijk dat er dichtbij veel eten gemaakt wordt. Maar de kalveren in zijn stal zijn nog geen biefstuk in jouw koelkast. Daar zitten een slachterij, een verwerker, een distributiecentrum en een supermarkt tussen, en juist die schakels zijn kwetsbaar voor stroomuitval en hacks. Dat zagen we dit najaar bij Albert Heijn. Wat de supermarkten en de overheid daarvoor regelen, lees je in ons stuk over het crisisplan voor voedselzekerheid.
Waar Nederland wel van het buitenland afhangt
Er is nog een tweede kant. De boer schrijft dat Nederland afhankelijker wordt van import. De Rijksoverheid noemt in dezelfde agenda een paar concrete afhankelijkheden, namelijk soja, kunstmest en energie. Dat zijn geen producten die je in de supermarkt koopt, maar ze zitten in bijna alles wat daar ligt. Soja gaat in veevoer, kunstmest op de akkers, en zonder energie draait geen kas, stal of fabriek. Het ministerie brengt die risico’s in kaart en wil ze verkleinen, onder meer door eigen productie te stimuleren en grondstoffen uit meer landen te halen.
De column laat ook zien hoe dicht overschot en tekort bij elkaar liggen. De maisoogst van de schrijver ligt naar zijn schatting zo’n 30 procent lager, en hij zag op het Journaal dat patat duurder dreigt te worden door tegenvallende aardappeloogsten, terwijl telers begin dit jaar hun aardappelen nauwelijks kwijt konden. Voor de landelijke voedselzekerheid is zo’n schommeling geen ramp. Het laat wel zien dat ook een land met veel landbouw niet vanzelf een volle voorraadkast heeft.
Het kabinet werkt aan een Landelijk Crisisplan Voedselzekerheid en wil voedselvoorziening onderdeel maken van de vitale infrastructuur, zodat die ook in een crisis blijft functioneren. De definitieve strategische agenda moet voor de zomer van 2027 klaar zijn.
Wat dat betekent voor je eigen voorraad
Wij lezen het zo. Nederland heeft op de lange termijn waarschijnlijk genoeg eten, en daar heeft de boer in Overdinkel een punt. Het probleem zit in de eerste week, als de weg van boer naar bord hapert. Die week vang je alleen op met wat je zelf in huis hebt. Het officiële advies van Denk Vooruit gaat uit van 72 uur, de onderzoekers van acht dagen.
Je kunt daarbij wel iets met de gedachte van de column doen. Veel van wat in Nederland zelf groeit, is ook thuis goed te bewaren zonder koelkast. Aardappelen, uien, wortels, kool en appels gaan op een koele, donkere en droge plek een flinke tijd mee, als je uien en aardappelen niet naast elkaar legt. Wie in het najaar een zak aardappelen en een net uien in de schuur of de kelder heeft, heeft al een stuk voorraad die ook bij stroomuitval niet bederft. Vul dat aan met houdbare producten die zonder koken te eten zijn, zoals in ons overzicht van eten voor je noodvoorraad. En koop seizoensgroente gerust bij een boerderijwinkel in de buurt. Dat maakt de keten korter, en je weet meteen waar het vandaan komt.