leefbewuster
Een beetje voorbereid. Een stuk geruster.
Home / Artikelen

Friese gemeenten oefenen met stroomuitval: wat jouw gemeente voor je regelt

In het kort

Friese gemeenten zijn aan het uitproberen hoe ze zich voorbereiden op een ontwrichting zoals een langdurige stroomstoring. Dat meldt het Friesch Dagblad vandaag. Friesland staat daarin niet alleen. Overal in het land moeten gemeenten dit jaar keuzes maken over wat ze regelen als de stroom een dag of langer wegblijft. Voor jou als inwoner is de vraag vooral wat je dan van je gemeente kunt verwachten, en wat je zelf moet blijven doen.

Inhoudsopgave
Buurthuis met noodverlichting tijdens een stroomuitval in een dorp
Foto: YiChuan Li via Unsplash

Waarom gemeenten er nu mee bezig zijn

Lange tijd was crisisbeheersing iets van de brandweer, de politie en de veiligheidsregio. Dat is aan het verschuiven. Op 15 september 2026 bracht de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een vernieuwde handreiking Weerbaarheid en veerkracht uit. Die bevat 41 maatregelen en vraagt college en gemeenteraad om nog in 2026 samen vier afspraken te maken. Denk aan in kaart brengen waar de gemeente nu staat, welke risico’s voorgaan, wat de gemeente zelf doet en wat regionaal via de veiligheidsregio loopt, en wie er bestuurlijk verantwoordelijk is.

De handreiking deelt het werk op in zes pijlers. Een paar daarvan gaan over de gemeente zelf, zoals de vraag of het gemeentehuis kan blijven draaien zonder stroom en of de crisisorganisatie op orde is. De andere pijlers gaan over jou, namelijk vitale voorzieningen, het sociale weefsel in wijken en dorpen, en de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners. Dat laatste is het beleidswoord voor iets heel gewoons, namelijk dat mensen zich de eerste dagen zelf en met hun buren kunnen redden.

Dat de Friese gemeenten daarbij experimenteren, is wat ons betreft verstandig. Een plan op papier zegt weinig. Pas als je het oefent, merk je dat de sleutel van het buurthuis bij iemand op vakantie ligt, of dat het aggregaat niet start.

Wat je gemeente voor je regelt

Het concrete antwoord verschilt per gemeente, en veel staat nog in de steigers. Toch tekenen zich een paar dingen af.

  • Een noodsteunpunt in de buurt. Dat is een vaste plek met eigen stroom, waar je bij een lange uitval informatie krijgt, om hulp kunt vragen en een noodmelding kunt doen als je telefoon het niet meer doet. Er loopt een landelijke proef met bijna zeventig gemeenten. Hoe zo’n steunpunt werkt en wat je er niet vindt, lees je in ons stuk over het noodsteunpunt bij langdurige stroomuitval.
  • Informatie via de radio en NL-Alert. Gemeenten en veiligheidsregio’s rekenen erop dat inwoners bij een grote uitval berichten ontvangen via de regionale omroep en de noodzender. Wat je doet als er een NL-Alert binnenkomt, staat in ons artikel over NL-Alert.
  • Zorg voor wie kwetsbaar is. Mensen die thuis afhankelijk zijn van zorg of apparatuur krijgen extra aandacht. Dat loopt vaak via zorgorganisaties en wijkteams, niet via een algemene lijst.
  • Steun aan buurtinitiatieven. Sommige gemeenten stimuleren straten en dorpen om zelf iets op te zetten, soms met geld erbij. Over zo’n regeling schreven we eerder in subsidie om je straat crisisproof te maken.

Wat een gemeente niet doet, is iedereen van eten, water en warmte voorzien. Een noodsteunpunt is geen opvang. Dat is geen onwil, het is gewoon niet te organiseren voor tienduizenden huishoudens tegelijk.

Wat je zelf blijft doen

In de handreiking van de VNG komt de periode van 72 uur steeds terug. Dat is de tijd waarin de overheid ervan uitgaat dat inwoners zichzelf en elkaar kunnen redden, terwijl hulpdiensten hun handen vol hebben aan de meest urgente gevallen. Voor jou komt dat neer op een paar concrete dingen.

  1. Zorg voor drie dagen water en eten in huis. Kies eten dat je zonder koelkast en eventueel zonder kookplaat kunt klaarmaken. Hoeveel water je per persoon neerzet, lees je in drinkwater voor 72 uur.
  2. Houd informatie binnen bereik zonder internet. Een radio op batterijen of met een slinger is dan je verbinding met de buitenwereld.
  3. Weet waar jouw noodsteunpunt komt. Kijk op de site van je gemeente of veiligheidsregio. Staat het er nog niet, dan is dat een goede vraag om te stellen.
  4. Spreek iets af met je buren. Wie heeft een gasstel, wie woont alleen, wie heeft medicijnen die koel moeten blijven? Een kort gesprek nu scheelt later veel zoeken. Tips voor zo’n afspraak staan in een noodplan met je gezin en buren.

Wat je van de Friese proeven mag verwachten

Het is nog niet duidelijk welke Friese gemeenten precies welke vorm uitproberen en wanneer de resultaten er zijn. Wat wel vaststaat, is dat de VNG vraagt om dit jaar nog keuzes vast te leggen. De kans is dus groot dat je gemeenteraad er de komende maanden over praat. Wie wil weten wat er in zijn eigen gemeente gebeurt, kan de raadsagenda in de gaten houden of gewoon een vraag stellen aan de gemeente.

Ons advies blijft hetzelfde als altijd. Wacht niet tot je gemeente klaar is. Een noodsteunpunt om de hoek is een mooie aanvulling, maar de eerste dagen draai je zelf. Wie nog niets heeft, begint het makkelijkst met wat er al in huis ligt, zoals we beschrijven in een noodpakket samenstellen.